Nieuw bericht

Kritische blik op de Amsterdamse Transitievisie Warmte

geplaatst op 28 mei 2020, 17:57 uur, door Stadslab Buiksloterham Circulair
In de Transitievisie Warmte komt de gemeente met voorstellen hoe Amsterdam aardgasvrij te maken en CO2 te reduceren. Stadslab Buiksloterham Circulair plaatst kanttekeningen.

1.        Voorgestelde route: eerst isoleren?!  

Het doel van de transitie is de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, i.h.b. van aardgas,  te verlagen en aldus CO2-reductie te realiseren.

Vanzelfsprekend is het dan, naast het zoeken naar alternatieven voor aardgas, belangrijk om het gebruik te verminderen. Door uit te gaan van eerst het verminderen van gebruik, kan daarna een efficiënte toepassing worden gekozen die met duurzame bronnen kan worden ingevuld. In de TVW lijkt de volgorde andersom, waardoor wij betwijfelen of er snelle CO₂ reductie haalbaar is en of de keuzes op de lange termijn duurzaam zijn. 

a.       CO₂ besparen en aardgasvrij realiseren  kan door duurzame alternatieven toe te passen maar ook door de netto (warmte) vraag van gebruikers te reduceren en vervolgens energie efficiënte systemen te kiezen. Dit betekent voor gebouwen dat vraagbeperking door isolatiemaatregelen en maatregelen t.a.v. ventilatoie (warmteterugwining) en kierdichting noodzakelijk zijn (ook gunstig voor het binnenmilieu). Dit wordt wel onderschreven maar tegelijkertijd uitgesteld. Dat uitstel wordt zelfs gesanctioneerd met de mogelijkheid  in veel gevallen 90 0C als standaard temperatuur te handhaven tot 2040 (dat is over 20 jaar!) in wat MT (tot dan feitelijk HT netten) netten genoemd worden. Dit leidt wel tot ‘van het gas af’ maar tot aanzienlijk minder serieuze CO2 reductie, zeker niet tot 2040.

Wij pleiten voor het zo snel mogelijk ontwikkelen van een visie op versnelde isolatie van woningen opdat de vraag naar energie zo spoedig als mogelijk daalt.  Deze verminderde vraag dient het uitgangspunt te zijn voor de allocatie en planning van het alternatief voor aardgas.  Belangrijk is hierbij op te merken dat HT en MT warmtenetten inefficiënter worden bij een verminderde warmtevraag. De doeltreffendheid van LT netten, groen gas en all electric oplossingen  daarentegen neemt juist toe bij vraagreductie.

b.       Kan door zoveel mogelijk stromen en bronnen slim te combineren. Restwarmte uit industrie maar ook van kantoren en bedrijven. Dat wordt in deze visie geïsoleerd behandeld. Uit de tabel Allocatie van warmte opties  blijkt dat hier niet voor wordt gekozen. Het gevolg is verspilling van kostbare energie.

2.       Criteria voor keuze van alternatieven

In sommige opzichten is de TVW gedetailleerd en onderbouwd (waar het gaat om bijvoorbeeld woningtypen, oppervlaktes, aantallen, gasverbruik), in andere opzichten is ze juist tentatief en onvolledig. Met name de essentiële aannames waarop de keuzes gebaseerd zijn, zijn weinig onderbouwd. Als gevolg daarvan is het lastig of onmogelijk een gefundeerd oordeel te vormen over belangrijke criteria. Dit geldt o.i. voor de beoordeling van alternatieven op:

a.       Maatschappelijke kosten:

                                                                           i.      Hoe zijn deze nu precies gedefinieerd en berekend, wat wordt daarin wel en wat niet betrokken (kosten, tarieven?), hoe wordt omgegaan met de invloed van de schaal op de kosten van een alternatief? Hoe is de verhouding tussen de directe kosten voor de eindgebruiker/bewoner en te socialiseren kosten?  De gevolgen van het rekenen met het huidig prijspeil in plaats van met gefundeerde prognoses in een plan voor de komende 20 jaar zijn niet te overzien.

b.       CO2 besparing         

                                                                           i.      Zorgvuldiger en uitgebreider, daardoor controleerbaarder moet worden  onderzocht welke CO2-reductie per alternatief daadwerkelijk bereikt kan worden. De reductie dient gebaseerd te worden op kenbare en gefundeerde toekomstscenario’s en moet ook inzicht geven in het tempo van de CO2 reductie. Het positieve effect van vermindering van nu uitgestoten CO2 in de atmosfeer is immers groter dan die van toekomstige reducties.

                                      

c.       Beschikbaarheid van duurzame bronnen

                                                                           i.      De lange termijn beschikbaarheid van bronnen voor een MT net is matig onderbouwd: biomassa, afval en duurzaam gas zijn nauwelijks lokaal, de potentie van geothermie is nog niet onderbouwd  en onzeker; de overige genoemde lokale bronnen zijn (Z)LT bronnen. Het gebruik van die laatste bronnen in een MT net zal tot een zeer hoge elektriciteitsvraag leiden. Kiezen voor 70 0C als hoofdoplossing betekent een groot risico op een 50 % hogere elektriciteitsbehoefte, stelt de visie zelf.

                                                                         ii.      Met de grote mate van langdurige beschikbaarheid van bronnen met een lagere temperatuur wordt in de keuze van MT netten als modale verwarmingsmethode (44%) geen rekening gehouden. Deze bronnen zijn alleen met toevoeging van veel elektriciteit geschikt te maken voor gebruik in een net met midden temperatuur.

d.       Duurzaamheid

                                                                           i.      Gesteld wordt (pagina 24) dat HT restwarmte – nu al - heel duurzaam is.  Waarop is deze aanname gebaseerd en is de negatieve impact van het gebruik van biomassa in dat oordeel betrokken?

                                                                         ii.      Eerder is gesteld dat de TVW niet gaat over duurzaamheid doch over CO2 reductie. Duurzaamheid hoort thuis in het Programma Circulair. Een dergelijke visie gaat voorbij aan de kern van circulariteit en verduurzaming. Daarin is het koppelen van ketens en het nastreven van duurzaamheid als facet van alle beleid  wezenlijk.

e.       Koeling

                                                                           i.      De BENG eist  per 2021 maatregelen indien uit een temperatuursoverschrijdingsberekening blijkt dat meer dan 450 uur per jaar de 25 graden  worden overschreden. Dit maakt het voor een niet onaanzienlijk deel van de woningen in de stad noodzakelijk dat in koeling wordt voorzien. Met (Z)LT netten is dit eenvoudig en kosteneffectief te regelen. In andere gevallen is elektrisch airconditioning het minder duurzame alternatief. De consequenties dienen in de maatschappelijke kosten en de CO2 berekening te worden betrokken.

f.        Nieuwbouw en bestaande bouw

Nieuwbouw zou in het geheel niet meer op HT of MT netten moeten worden aangesloten. (Z)LT netten bieden hier ruim voldoende vermogen uit duurzame en langdurig beschikbare bronnen. Dit is ook politiek uitgesproken in Amsterdam. Warmte van hoge temperatuur wordt steeds schaarser: gebruik dat waar het echt nodig is. 

3.       Vermijden lock-in

Het is goed om de visie op transitie elke 5 jaar te herijken. Dat is minder zinvol indien eerder gemaakte keuzes sterk bepalend zijn voor de toekomst. Een lock-in moet worden vermeden om spijt op termijn te voorkomen. De voorgelegde visie leidt tot een grote afhankelijkheid van MT netten (van 70 C). Omdat op termijn een beperkt scala bronnen van hoge temperatuur beschikbaar is in Amsterdam, schuilt een serieus risico in deze afhankelijkheid. Dit kan tot een forse kostenverhoging leiden op termijn en tot een sterk verhoogde elektriciteitsvraag. Indien namelijk meer bronnen van een lagere temperatuur nodig zijn, moeten deze worden opgewaardeerd voor gebruik in een net met midden temperatuur.

Meer variatie en meer flexibiliteit in de oplossingen (temperaturen, aanbieders) verhogen de veerkracht en toekomstbestendigheid.

4.       Marktordening

De eigendom van de warmtevoorziening is een belangrijke economische en maatschappelijke factor. Deze visie stelt een studie naar marktordening in het vooruitzicht zonder daarover ook maar enige stellingname. Van een transitievisie warmte met de horizon op 20 jaar mag een mening verwacht worden. Dit klemt omdat intussen doorgewerkt wordt. Reeds 100.000 woningen zijn aangesloten op het stadswarmtenet, over de aansluiting van vele andere worden intussen afspraken gemaakt. Zo ordent de markt zichzelf omdat bekend is dat nieuwkomers op een bestaande markt het altijd bijzonder lastig hebben bij het verwerven van een positie.

5.       Participatie

Herhaaldelijk is in de visie benadrukt dat de overgang naar een aardgas loze stad alleen goed in samenwerking en overleg met de bewoners plaats kan vinden. Dat klinkt goed. Nadere bestudering evenwel roept de vraag op hoe bewoners dan daadwerkelijk van hun betrokkenheid blijk kunnen geven en wat dat voor effect kan hebben. De prestatie afspraken van de woningcorporaties met diverse partijen zijn voor de warmtevoorziening van vele tienduizenden woningen bepalend zonder dat de bewoners er veel over te zeggen hebben gehad. Voor de City deal, een belangrijke voorbereidende en deels bepalende factor in de visie, geldt min of meer hetzelfde.

De keuzes per buurt zijn in de visie gemaakt. Uitvoeringsplannen worden gezamenlijk opgesteld. Daarin wordt een definitieve keuze voor het alternatief gemaakt. Is daar echt wat te kiezen of wordt het ‘samen’ vastgelegd. Er moet toch een alternatief denkbaar zijn waarin bewoners, indien en voor zover ze dat willen, in de fundamentele keuze voor een bepaald soort warmtevoorziening worden betrokken.

Kleinere, lokale, bottom-up initiatieven worden wel toegestaan maar niet actief bevorderd. Uit de praktijk weten we dat sommige plannen zich gefrustreerd weten door gemeentelijke bemoeienis. Een visie op lokale eigendom van netten en de rol van de gemeente daarin wordt gemist.

6.       Het alternatief

Zonder het uitgangspunt dat de energietransitie betaalbaar moet zijn geweld aan te doen, kan met meer vindingrijkheid en toepassing van actuele en onderbouwde inzichten en kennis, voor een intelligentere warmtevoorziening worden gekozen. Daarin staat de beschikbaarheid van duurzame bronnen op lange termijn centraal. Op basis van omvang en geografische positie van deze bronnen, kan een logische en houdbare warmtevoorziening voor verschillende delen van de stad worden ontworpen. Daarbij is efficiënt gebruik van alle mogelijke bronnen, die hard nodig zullen zijn in een groeiende stad, het uitgangspunt. Uitwisseling van energie met bedrijven en kantoren wordt dan geen uitzondering maar eerder regel. Koeling wordt zo bovendien een niet alleen steeds noodzakelijker maar ook makkelijker, duurzamer en goedkoper te leveren voorziening.

Samenvattend:

Goed dat de visie er is. Het is niet te vroeg. Er zijn al veel stappen gezet die de toekomstige ontwikkeling beïnvloeden.  

Er ligt een deels gedegen onderzoek, maar de essentiële aannames waarop de keuzes gebaseerd zijn, zijn te kort door de bocht en te weinig onderbouwd.  Dit betreft zowel de berekening van de maatschappelijke kosten, de te verwachten CO₂ besparing en de lange termijn duurzaamheid en beschikbaarheid van bronnen. De bedoelde zorgvuldigheid en transparantie komen zo nog niet tot hun recht. Dit leidt tot de keuze dat een zeer aanzienlijk deel van de stad aangesloten wordt op een HT net (in 2040 MT net). In combinatie met de gekozen route van eerst een warmte alternatief aanleggen en dan isoleren, leidt dit tot een lock-in met afhankelijkheid van HT warmtebronnen. Het benutten van LT warmtebronnen voor MT en HT warmtenetten leidt tot onnodig veel gebruik van elektriciteit. Tot slot wordt weinig aandacht besteed aan het slim combineren van verschillende vragers (kantoren, overige utiliteit en wonen) en LT aanbod in de stad, waarmee een grote efficiëntieslag te halen valt, met als resultaat een verminderde behoefte aan elektriciteit en overige bronnen. Op deze manier kan bovendien duurzame en goedkope koeling worden gerealiseerd, aan de behoefte daaraan wordt in de visie geheel voorbij gegaan. Onze visie is dat meer aandacht moet worden besteed aan de scenario’s van CO2 besparing in de tijd, op basis van de te verwachten verduurzaming van energiedragers (warmte en elektriciteit). Daarnaast moet gekozen worden voor een route van eerst isoleren om nu al CO2 te besparen, gevolgd door de keuze voor een warmte alternatief voor deze verminderde warmtevraag. Hierdoor wordt een lock-in met afhankelijkheid van HT warmte voorkomen. Ook de aandacht voor het slim combineren van verschillende vragers en LT bronnen in de stad kan – naast het vanzelfsprekend aanbieden van koeling - de vraag naar energie verminderen. In het licht van de bredere opgave voor duurzaamheid en circulariteit is dat een groot voordeel.

 

Foto